Extreme rijkdom is geen natuurverschijnsel. Zij is het resultaat van regels die wij zelf
hebben gemaakt – en dus ook kunnen veranderen.
Door Jean-Paul Fonteijn
Ik denk al mijn hele leven na over de vraag hoe het kan dat de welvaart in de wereld zo ongelijk is
verdeeld. Dat begon niet aan een universiteit, bij een politieke partij of in een directiekamer, maar in
de kerk. Als misdienaar keek ik om me heen en vroeg ik me af waarom sommige mensen alles leken
te hebben en anderen nauwelijks iets.
Mijn motivatie om misdienaar te worden was overigens minder verheven dan deze herinnering misschien
doet vermoeden. Wie misdienaar werd, mocht ieder jaar met zijn vrienden naar Safaripark
Beekse Bergen. Dat vooruitzicht gaf de doorslag. Maar terwijl ik daar in de kerk stond, ontstond wel
een vraag die mij nooit meer heeft losgelaten.
Ik ben nu 56. In de tussenliggende jaren heb ik mij verdiept in uiteenlopende verklaringen voor de
wereld zoals die geworden is. De evolutietheorie van Darwin gaf mij een basis om menselijk gedrag
te begrijpen. Het werk van Yuval Noah Harari hielp mij nadenken over de verhalen, instituties en gedeelde
ficties waarmee mensen grote samenlevingen organiseren. Thomas Piketty liet overtuigend
zien hoe vermogen zich zonder stevige tegenkrachten steeds verder kan concentreren. Ook natuurkundige
en wiskundige modellen van vermogensverdeling, onder anderen van Jan Tobochnik, hebben
mijn denken beinvloed.
Daarnaast heb ik de praktijk leren kennen als freelance projectmanager en ondernemer. Ik heb gezien
hoe organisaties beslissingen nemen, hoe belangen zich vormen, hoe macht werkt en hoe gemakkelijk
economische regels als vanzelfsprekend worden beschouwd terwijl ze in werkelijkheid door
mensen zijn bedacht.
Een blinde vlek
Vanuit al die verschillende invalshoeken ben ik als generalist tot een eenvoudige maar ongemakkelijke
conclusie gekomen: de mensheid heeft een blinde vlek voor extreme rijkdom. We zien armoede
als een probleem, maar rijkdom vrijwel automatisch als een prestatie. We vragen hoe iemand onderaan
terecht is gekomen, maar veel minder vaak hoe iemand bovenaan zoveel bezit en macht heeft
kunnen verzamelen.
Dat verschil in aandacht is niet onschuldig. Extreme rijkdom is niet alleen een groot getal op een
bankrekening. Zij geeft toegang tot bedrijven, grond, woningen, media, advocaten, lobbyisten, politieke
invloed en digitale platforms. Boven een bepaald niveau is vermogen geen extra comfort meer,
maar macht.
Daarom gaat de discussie over miljardairs voor mij niet over jaloezie en ook niet over de vraag of individuele
rijke mensen aardig, slim of hardwerkend zijn. Het gaat om de vraag hoeveel particuliere
macht een democratische samenleving kan verdragen.
Jean-Paul Fonteijn | superrijkenbelasting.nl 2
Een burger met een modaal inkomen en een miljardair hebben ieder formeel een stem. Maar hun feitelijke
invloed op politiek, media en economie is onvergelijkbaar. Wie over miljarden beschikt, kan
niet alleen producten kopen, maar ook aandacht, toegang, kennis, tijd en invloed. Dat maakt extreme
vermogensongelijkheid uiteindelijk een democratisch probleem.
Waarom we omhoog kijken
Mensen zijn sociale wezens. We letten sterk op status en hierarchie. In groepen orienteren we ons
vaak, grotendeels onbewust, op mensen die hoger lijken te staan. We nemen hun gedrag, taal, voorkeuren
en ambities over omdat prestige in onze evolutionaire geschiedenis een aanwijzing kon zijn
voor succes, veiligheid of toegang tot schaarse middelen.
Dat mechanisme is niet allesbepalend en mensen zijn geen willoze nabootsers. Maar het helpt wel
verklaren waarom de levensstijl van extreem rijke mensen zo aantrekkelijk kan worden. Wat bovenaan
gebeurt, sijpelt naar beneden als norm. Wanneer miljardairs worden neergezet als visionairs en
winnaars, gaan veel mensen rijkdom niet zien als een machtsprobleem, maar als het hoogste persoonlijke
doel.
Sociale media maken rijkdom tot een dagelijks ideaal
Sociale media versterken dat mechanisme enorm. Influencers tonen dure auto’s, privejets, villa’s, horloges
en vakanties alsof dit de natuurlijke beloning is voor lef, discipline en de juiste mindset. De
enorme maatschappelijke infrastructuur achter die rijkdom blijft buiten beeld. Ook de werknemers,
publieke voorzieningen, belastingvoordelen en marktmacht waarop veel vermogens zijn gebouwd,
verschijnen zelden in de video.
Algoritmen belonen opvallende beelden, snelle emoties en extreme voorbeelden. Een rustig verhaal
over machtsconcentratie en belastingwetgeving legt het daardoor gemakkelijk af tegen een filmpje
waarin iemand in een sportwagen vertelt dat iedereen rijk kan worden. De boodschap is verleidelijk:
het probleem is niet dat sommigen buitensporig veel bezitten, maar dat jij nog niet tot hen behoort.
Dat maakt het moeilijker om de nadelen van extreme rijkdom zichtbaar te maken. Kritiek op miljardairs
wordt al snel uitgelegd als afgunst of als vijandigheid tegenover succes. Tegelijkertijd wordt
het verlangen om zelf zo rijk mogelijk te worden dagelijks gevoed.
Ik wil niet beweren dat jongeren vroeger allemaal idealistisch waren en jongeren nu alleen nog maar
geld willen verdienen. Ook vandaag zetten veel jonge mensen zich in voor klimaat, gelijkheid en
mensenrechten. Maar de culturele omgeving is veranderd. In mijn jeugd waren collectieve bewegingen
rond milieu, vrede en sociale rechtvaardigheid sterk zichtbaar. Nu krijgt een jongere vele uren
per dag een stroom van commerciele voorbeelden te zien waarin individueel succes, luxe en persoonlijke
branding centraal staan.
Die verschuiving heeft gevolgen. Wie zichzelf voortdurend voorstelt als toekomstige miljonair, zal
minder snel vragen of een samenleving met miljardairs eigenlijk wenselijk is. De droom om ooit aan
de top te staan kan kritiek op de top neutraliseren.
De rol van traditionele media
Ook traditionele media dragen bij aan deze blinde vlek. Miljardairs worden vaak beschreven als ondernemers,
investeerders, vernieuwers of filantropen. Hun vermogen wordt gevolgd als een sportuitJean-
Paul Fonteijn | superrijkenbelasting.nl 3